Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...

Nr.

Indicator

Meetwaarde

0

% patiënten met een leeftijd van 60 jaar en ouder


Teller

Aantal patiënten met de leeftijd ≥ 60 jaar in de praktijk


Noemer

Alle vaste ingeschreven patiënten in de praktijk


1

% mannen van alle patiënten van 60 jaar en ouder


Teller

Van alle patiënten met de leeftijd ≥ 60 jaar, de mannen


Noemer

Teller indicator 0


2

% vrouwen van alle patiënten van 60 jaar en ouder


Teller

Van alle patiënten met de leeftijd ≥ 60 jaar, de vrouwen


Noemer

Teller indicator 0


3

% patiënten met een leeftijd van 75 jaar en ouder


Teller

Aantal vaste patiënten met de leeftijd ≥ 75 in de praktijk.


Noemer

Alle vaste ingeschreven patiënten in de praktijk


4

% mannen van alle patiënten van 75 jaar en ouder


Teller

Van alle patiënten met de leeftijd ≥ 75 , de mannen


Noemer

Teller indicator 3


5

% vrouwen van alle patiënten van 75 jaar en ouder


Teller

Van alle patiënten met de leeftijd ≥ 75, de vrouwen


Noemer

Teller indicator 3


6

% patiënten met een FI UPRIM ≥ 0.08 (vervalt per 01-10-2019)


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar dat een met een Frailty Index ≥ 0.08 heeft.

In bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


6.1% patiënten met een FI UPRIM ≥ 0.2 (geldt per 01-10-2019)
TellerAantal patiënten tussen de 60-75 jaar dat een met een Frailty Index ≥ 0.2 heeft.In bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.
NoemerAantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.

7

% patiënten met een verandering IN FI UPRIM < 0.08 naar ≥ 0.08 IN de afgelopen 3 maanden (vervalt per 01-10-2019)

In bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.

Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar waarbij de Frailty Index van < 0.08 gestegen is naar ≥ 0.08, ≤ 3 maanden.


Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


7.1% patiënten met een verandering IN FI UPRIM < 0.2 naar ≥ 0.2 IN de afgelopen 3 maanden (geldt per 01-10-2019)0
TellerAantal patiënten tussen de 60-75 jaar waarbij de Frailty Index van < 0.2 gestegen is naar ≥ 0.2, ≤ 3 maanden.In bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.
NoemerAantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.

8

% patiënten met chronisch gebruik van ≥ 5 verschillende medicijnen IN het afgelopen jaar

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: 
variabele 'chronisch' = 'ja' OF variabele 'herhaling' ≥ 2 OF wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar met ≥ 5 verschillende medicijnen, ≤ 12mnd


Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


9

% patiënten met een verandering IN chronisch gebruik van verschillende medicijnen van < 5 naar ≥ 5 IN de afgelopen 3 maanden


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar waarbij het aantal verschillende medicijnen van < 5 gestegen is naar ≥ 5, ≤ 3 maanden

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: variabele 'chronisch' = 'ja', variabele 'herhaling' ≥ 2, of wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


10

% patiënten met chronisch gebruik van ≥ 7 verschillende medicijnen IN het afgelopen jaar


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar met ≥ 7 verschillende medicijnen, ≤ 12mnd

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: 
variabele 'chronisch' = 'ja' OF variabele 'herhaling' ≥ 2 OF wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


11

% patiënten met een verandering IN chronische gebruik van verschillende medicijnen van < 7 naar ≥ 7 IN de afgelopen 3 maanden


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar waarbij het aantal verschillende medicijnen van < 7 gestegen is naar ≥ 5, ≤ 3 maanden

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: 
variabele 'chronisch' = 'ja' OF variabele 'herhaling' ≥ 2 OF wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


12

% patiënten met een geregistreerd geriatrisch event IN de afgelopen 3 maanden


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar  met een geregistreerd geriatrisch event in de afgelopen 3 maanden.

ICPC: A06, A10, A28, A80, F83, F84, F92, F93, F94, H82, H84, H86, K88, L02, L03, L13, L14, L15, L16, L17, L28, L72, L73, L74, L75, L76, L77, L78, L79, L80, L81, L86, L96, N17, N18, N79, N80, P01, P03, P05, P20, P70, P71, P73, P74, P76, S16, S17, S18, S19, U04, Z01, Z03, Z04, Z10, Z11, Z12, Z13, Z14, Z15, Z16, Z18, Z19 

OF 

ATC: N07C, N05A, N06D, G04BD, S01E, N05B, N06A

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


13

% patiënten met een geregistreerd geriatrisch event IN de afgelopen 3 maanden, met IN de 3 maanden daarvoor geen geregistreerd geriatrisch event


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar en met geriatrisch event ≤ 3 maanden, zonder geriatrisch event in de afgelopen 3 mdn.

ICPC: A06, A10, A28, A80, F83, F84, F92, F93, F94, H82, H84, H86, K88, L02, L03, L13, L14, L15, L16, L17, L28, L72, L73, L74, L75, L76, L77, L78, L79, L80, L81, L86, L96, N17, N18, N79, N80, P01, P03, P05, P20, P70, P71, P73, P74, P76, S16, S17, S18, S19, U04, Z01, Z03, Z04, Z10, Z11, Z12, Z13, Z14, Z15, Z16, Z18, Z19 

OF 

ATC: N07C, N05A, N06D, G04BD, S01E, N05B, N06A

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


14

% patiënten met geregistreerde cognitieve achteruitgang IN het gehele leven


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar, met cognitieve achteruitgang ooit.        

ICPC: P20, P70, P71, P73 
OF 
ATC: N05A, N06D

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


15

% patiënten met cognitieve achteruitgang IN de afgelopen 3 maanden, met IN de 3 maanden daarvoor geen cognitieve achteruitgang


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-075 jaar met cognitieve achteruitgang ≤ 3 maanden, en waarbij 3 maanden geleden nog geen cognitieve achteruitgang is geregistreerd

ICPC: P20, P70, P71, P73 
OF 
ATC: N05A, N06D

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


16

% patiënten met een consultation gap van meer dan 1 jaar (≥ 360 dagen)


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar dat langer dan 1 jaar geen contact met de huisarts heeft gehad. 

Consulten, Visites, Telefonische consulten en E-consulten worden hierbij meegenomen, herhaalrecepten en griepprikken tellen niet mee.

Indien het laatste contact buiten de extractie periode valt, kan de consultation gap niet worden bepaald. We kijken in dat geval voor het laatste contact naar de inschrijfdatum.

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


17

% patiënten die IN de afgelopen 3 maanden een consultation gap van meer dan 1 jaar hebben opgelopen (≥ 360 dagen)


Teller

Aantal patiënten tussen de 60-75 jaar waarbij de consultation gap (≥ 360 dagen geen contact met de huisarts) ≤ 3 maanden is ontstaan

Consulten, Visites, Telefonische consulten en E-consulten worden hierbij meegenomen, herhaalrecepten en griepprikken tellen niet mee.

Indien het laatste contact buiten de extractie periode valt, kan de consultation gap niet worden bepaald. We kijken in dat geval voor het laatste contact naar de inschrijfdatum.

Noemer

Aantal patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


18

% patiënten die IN de afgelopen 3 maanden een nieuw aandachtspunt hebben gekregen


Teller

met een verandering in frailty index (FI) UPRIM van lager dan 0.2 naar 0.2 of hoger ≤ 3 maanden EN/OF met een verandering in chronisch gebruik van verschillende medicijnen van minder dan 5 naar 5 of meer in de afgelopen 3 maanden EN/OF met een geregistreerd geriatrisch event (GE) in de afgelopen 3 maanden, met in de 3 maanden daarvoor geen geregistreerd geriatrisch event (GE) EN/OF met een verandering in geregistreerde cognitieve achteruitgang (CA) van nee naar ja in de afgelopen 3 maanden EN/OF die in de afgelopen 3 maanden een consultation gap (CG) van meer dan 1 jaar hebben opgelopen (≥ 360 dagen).


Noemer

Aantal vaste patiënten met de leeftijd tussen de 60-75 jaar.


19

% patiënten met een FI UPRIM ≥ 0.08 (vervalt per 01-10-2019)


Teller

Aantal patiënten  ≥ 75 jaar dat een Frailty Index ≥ 0.08 heeft

In bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.

Noemer

Teller indicator 3 


19.1% patiënten met een FI UPRIM ≥ 0.2 (geldt per 01-10-2019)
TellerAantal patiënten  ≥ 75 jaar dat een Frailty Index ≥ 0.2 heeftIn bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.
NoemerTeller indicator 3 

20

% patiënten met een verandering IN FI UPRIM < 0.08 naar ≥ 0.08 IN de afgelopen 3 maanden (vervalt per 01-10-2019)


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar waarbij de Frailty Index van < 0.08 gestegen is naar ≥ 0.08, ≤ 3 maanden

In bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.

Noemer

Teller indicator 3 


20.1% patiënten met een verandering IN FI UPRIM < 0.2 naar ≥ 0.2 IN de afgelopen 3 maanden (geldt per 01-10-2019)
TellerAantal patiënten ≥ 75 jaar waarbij de Frailty Index van < 0.2 gestegen is naar ≥ 0.2, ≤ 3 maandenIn bijlage A staan de codes voor Frailty Index weergegeven. 
Een deficit scoort positief wanneer ten minste 1 bijbehorend item positief scoort. Alle positief gescoorde deficits worden gedeeld door het totaal aantal deficits, dit is de FI.
NoemerTeller indicator 3

21

% patiënten met chronisch gebruik van ≥ 5 verschillende medicijnen IN het afgelopen jaar


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar met ≥ 5 verschillende medicijnen, ≤ 12mnd

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: 
variabele 'chronisch' = 'ja' OF variabele 'herhaling' ≥ 2 OF wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Noemer

Teller indicator 3 


22

% patiënten met een verandering IN chronisch gebruik van verschillende medicijnen van < 5 naar ≥ 5 IN de afgelopen 3 maanden


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar waarbij het aantal verschillende medicijnen van < 5 gestegen is naar ≥ 5, ≤ 3 maanden

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: variabele 'chronisch' = 'ja', variabele 'herhaling' ≥ 2, of wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Noemer

Teller indicator 3 


23

% patiënten met chronisch gebruik van ≥ 7 verschillende medicijnen IN het afgelopen jaar


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar met ≥ 7 verschillende medicijnen, ≤ 12mnd

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: 
variabele 'chronisch' = 'ja' OF variabele 'herhaling' ≥ 2 OF wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Noemer

Teller indicator 3 


24

% patiënten met een verandering IN chronische gebruik van verschillende medicijnen van < 7 naar ≥ 7 IN de afgelopen 3 maanden


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar waarbij het aantal verschillende medicijnen van < 7 gestegen is naar ≥ 5, ≤ 3 maanden

Op ATC-7 niveau 
Chronisch wordt gedefinieerd als: 
variabele 'chronisch' = 'ja' OF variabele 'herhaling' ≥ 2 OF wanneer medicatie (met dezelfde ATC code) minimaal 3 keer in het afgelopen jaar voorgeschreven was, met minimaal één voorschrift in de afgelopen 6 maanden1.

Noemer

Teller indicator 3 


25

% patiënten met een geregistreerd geriatrisch event IN de afgelopen 3 maanden


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar waarbij geriatrisch event is geregistreerd, ≤ 3 maanden

ICPC: A06, A10, A28, A80, F83, F84, F92, F93, F94, H82, H84, H86, K88, L02, L03, L13, L14, L15, L16, L17, L28, L72, L73, L74, L75, L76, L77, L78, L79, L80, L81, L86, L96, N17, N18, N79, N80, P01, P03, P05, P20, P70, P71, P73, P74, P76, S16, S17, S18, S19, U04, Z01, Z03, Z04, Z10, Z11, Z12, Z13, Z14, Z15, Z16, Z18, Z19 

OF 

ATC: N07C, N05A, N06D, G04BD, S01E, N05B, N06A

Noemer

Teller indicator 3 


26

% patiënten met een geregistreerd geriatrisch event IN de afgelopen 3 maanden, met IN de 3 maanden daarvoor geen geregistreerd geriatrisch event


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar met geriatrisch event ≤ 3 maanden, zonder geriatrisch event in de afgelopen 3 maanden.

ICPC: A06, A10, A28, A80, F83, F84, F92, F93, F94, H82, H84, H86, K88, L02, L03, L13, L14, L15, L16, L17, L28, L72, L73, L74, L75, L76, L77, L78, L79, L80, L81, L86, L96, N17, N18, N79, N80, P01, P03, P05, P20, P70, P71, P73, P74, P76, S16, S17, S18, S19, U04, Z01, Z03, Z04, Z10, Z11, Z12, Z13, Z14, Z15, Z16, Z18, Z19 

OF 

ATC: N07C, N05A, N06D, G04BD, S01E, N05B, N06A

Noemer

Teller indicator 3 


27

% patiënten met geregistreerde cognitieve achteruitgang IN het gehele leven


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar met cognitieve achteruitgang ooit       

ICPC: P20, P70, P71, P73 
OF 
ATC: N05A, N06D

Noemer

Teller indicator 3 


28

% patiënten met cognitieve achteruitgang IN de afgelopen 3 maanden, met IN de 3 maanden daarvoor geen cognitieve achteruitgang


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar met cognitieve achteruitgang ≤ 3 maanden, en waarbij 3 maanden geleden nog geen cognitieve achteruitgang is geregistreerd

ICPC: P20, P70, P71, P73 
OF 
ATC: N05A, N06D

Noemer

Teller indicator 3 


29

% patiënten met een consultation gap van meer dan 1 jaar (≥ 360 dagen)


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar dat langer dan 1 jaar geen contact heeft gehad met huisarts.   

Consulten, Visites, Telefonische consulten en E-consulten worden hierbij meegenomen, herhaalrecepten en griepprikken tellen niet mee.

Indien het laatste contact buiten de extractie periode valt, kan de consultation gap niet worden bepaald. We kijken in dat geval voor het laatste contact naar de inschrijfdatum.

Noemer

Teller indicator 3 


30

% patiënten die IN de afgelopen 3 maanden een consultation gap van meer dan 1 jaar hebben opgelopen (≥ 360 dagen)


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar waarbij de consultation gap (≥ 360 dagen geen contact met de huisarts) ≤ 3 maanden is ontstaan opgelopen.

Consulten, Visites, Telefonische consulten en E-consulten worden hierbij meegenomen, herhaalrecepten en griepprikken tellen niet mee.

Indien het laatste contact buiten de extractie periode valt, kan de consultation gap niet worden bepaald. We kijken in dat geval voor het laatste contact naar de inschrijfdatum.

Noemer

Teller indicator 3 


31

% patiënten die IN de afgelopen 3 maanden een nieuw aandachtspunt hebben gekregen


Teller

Aantal patiënten ≥ 75 jaar  met een verandering in FI UPRIM van lager dan 0.2 naar 0.2 of hoger ≤ 3 maanden EN/OF met een verandering in chronisch gebruik van verschillende medicijnen van minder dan 5 naar 5 of meer in de afgelopen 3 maanden EN/OF met een geregistreerd geriatrisch event in de afgelopen 3 maanden, met in de 3 maanden daarvoor geen geregistreerd geriatrisch event EN/OF met een verandering in geregistreerde cognitieve achteruitgang van nee naar ja in de afgelopen 3 maanden EN/OF die in de afgelopen 3 maanden een consultation gap van meer dan 1 jaar hebben opgelopen (≥ 360 dagen).


Noemer

Teller indicator 3 


Patientenlijst: kolom Nieuw aandachtspunt bevat de volgende antwoorden:

  • ca => Cognitieve achteruitgang
  • cg => Consultation gap > 360 dagen
  • fi => Frailty Index UPRIM
  • ge => Geriatrisch event
  • pf => Polyfarmacie

ICPC Indicatoren

Bij de ICPC indicatoren is onderscheid gemaakt tussen leeftijd 60-75 jaar en 75+

...